Verlichting en de APK: dimlicht, afstellen en lampjes
Verlichting is een vast onderdeel van de APK. De keurmeester kijkt of alle verplichte lampen werken, de goede kleur hebben en goed vastzitten. Ook meet hij of uw dimlicht goed is afgesteld. In dit artikel leest u welke eisen de RDW stelt en wat u zelf vooraf kunt controleren.
Door het team van Autobedrijf Willemsbrug, RDW-erkend APK-keuringsstation · Bijgewerkt op 4 november 2026
Onze score is 4,8 / 5 uit 235 beoordelingen. Lees hun ervaringen
Het korte antwoord
Bij de APK moeten alle verplichte lampen van een personenauto werken, de juiste kleur hebben en stevig vastzitten. Het dimlicht moet volgens de RDW tussen 0,5% en 2,5% naar beneden schijnen als de onderrand van het koplampglas op maximaal 80 cm boven de weg zit. Dat is 5 tot 25 cm daling op 10 meter afstand. Een licht dat uit meerdere ledjes bestaat, mag door defecte ledjes niet meer dan 25% van zijn lichtoppervlak verliezen.
Welke verlichting controleert de keurmeester?
De keurmeester controleert alle lampen die voor uw auto verplicht zijn. Welke dat zijn, hangt af van de datum waarop de auto voor het eerst in gebruik is genomen. Een auto uit 2005 moet bijvoorbeeld een derde remlicht hebben. Een auto uit 1995 hoeft dat niet. De RDW legt de eisen vast in het APK-handboek. Hieronder staan de lampen die voor een standaard personenauto gelden.
| Lamp | Kleur | Verplicht voor |
|---|---|---|
| Grootlicht (2x) | wit of geel | alle personenauto’s |
| Dimlicht (2x) | wit of geel | alle personenauto’s |
| Stadslicht (2x) | wit of geel | alle personenauto’s |
| Richtingaanwijzers voor en achter | voor ambergeel of wit, achter ambergeel of rood | alle personenauto’s (voor 1 juli 1967 één per kant) |
| Waarschuwingsknipperlichten (alarmlichten) | als de richtingaanwijzers | in gebruik na 31 december 1997 |
| Zijrichtingaanwijzer (1 per kant) | ambergeel | in gebruik na 31 december 1997 |
| Achterlichten (2x) | rood | alle personenauto’s |
| Remlichten (2x) | rood of ambergeel | alle personenauto’s (in gebruik vóór 1 juli 1967: één of twee) |
| Derde remlicht | rood | in gebruik na 30 september 2001 |
| Kentekenverlichting achter | wit | alle personenauto’s |
| Rode reflectoren achter (2x) | rood | alle personenauto’s |
| Mistachterlicht (1x) | rood | in gebruik na 31 december 1997 |
| Achteruitrijlicht (1x) | wit of geel | in gebruik na 31 december 1997 |
Bron: RDW APK-handboek personenauto’s, artikel 5.2.51 (verplichte lichten) en artikel 5.2.53 (kleur). Voor brede of lange auto’s gelden ook markeringslichten.
Mistlampen voor zijn niet verplicht. Heeft uw auto ze wel, dan moeten ze volgens de RDW goed zijn afgesteld. Het lichtste deel van de bundel mag dan niet boven de horizontale lijn door het midden van de mistlamp liggen. Dynamische knipperlichten, die bijvoorbeeld van binnen naar buiten oplopen, zijn toegestaan. Voorwaarde is dat ze niet beschadigd zijn en de goede kleur hebben. Een zijrichtingaanwijzer in het spiegelglas mag ook, zolang hij vanaf 6 meter achter de voorkant en 1 meter opzij zichtbaar is.
Een volledig overzicht van alle onderdelen die bij de keuring aan bod komen, leest u in onze APK-checklist: wat controleert de keurmeester.
Hoe moet het dimlicht zijn afgesteld?
Het dimlicht moet licht naar beneden schijnen, met een duidelijke grens tussen licht en donker. Die grens heet de lichtbundelgrens of afsnijlijn. Staat de koplamp te hoog, dan verblindt u tegenliggers. Staat hij te laag, dan ziet u zelf te weinig van de weg. De RDW geeft per hoogte van de koplamp een minimum en een maximum.
| Hoogte onderrand koplampglas | Daling minimaal | Daling maximaal | Op 10 meter afstand |
|---|---|---|---|
| tot en met 80 cm | 0,5% (0,5 cm per meter) | 2,5% (2,5 cm per meter) | 5 tot 25 cm lager |
| hoger dan 80 cm | 1% (1 cm per meter) | 3,5% (3,5 cm per meter) | 10 tot 35 cm lager |
Bron: RDW APK-handboek, afstelling dimlicht (artikel 5.2.56 en Aanvullende permanente eisen artikel 113 en 114).
De keurmeester meet met een koplamptester of een lichtscherm. De auto staat daarbij op een vlakke, horizontale vloer, met de voorwielen recht vooruit en de handrem los. Heeft uw auto een handmatige hoogteregeling voor de koplampen, dan zet de keurmeester die in de stand die past bij de belading. Die regeling moet vanaf de bestuurdersplaats ook goed werken. Een automatische hoogteregeling controleert hij met de motor stationair draaiend.
In de werkplaats kijken wij ook naar de oorzaak als de afstelling niet klopt. Een koplamp kan verkeerd staan door een afgebroken lipje van het koplamphuis, een defecte stelmotor van de hoogteregeling of na schade aan de voorkant. Na het vervangen van een koplamp is opnieuw afstellen nodig. Lampen en koplampen vervangen of afstellen doen wij zelf. U krijgt vooraf een prijsopgave.
Wordt u afgekeurd op een kapot lampje?
Ja. Een verplichte lamp die niet werkt, voldoet niet aan de APK-eisen. Volgens de RDW moeten de verplichte lichten goed werken. Daarmee bedoelt de RDW niet alleen de lamp zelf, maar ook het inschakelen. De schakelaar moet in de ingeschakelde stand blijven staan.
Op het keuringsrapport kan zo’n punt verschillend worden genoteerd. Hoe u dat leest, staat in ons artikel over afkeurpunten, reparatiepunten en adviespunten.
Wat als het koplampglas troebel, beschadigd of beplakt is?
Het glas mag niet zo beschadigd, gerepareerd of bewerkt zijn dat de lichtopbrengst, het lichtbeeld of de functie nadelig verandert. Dat staat in het APK-handboek van de RDW. Kleine schade is daardoor niet vanzelf een afkeurpunt. Een koplamp die zo dof is dat het lichtbeeld verandert, voldoet niet.
Wie een witte lamp vervangt door een gekleurde, verandert volgens de RDW de lichtopbrengst. Het glas weghalen om aan de eisen te voldoen, is ook niet toegestaan.
Mag u ledlampen in een halogeenkoplamp zetten?
Niet zomaar. Volgens de ANWB moet de ledlamp geschikt zijn voor uw auto en moet het koplamphuis het juiste lichtbeeld geven. De ANWB meldt, met de RDW als bron, dat in Nederland alleen vervangingslampen verkocht mogen worden die een Europese typegoedkeuring hebben. Voor het rijden met de auto gelden daarnaast de permanente eisen uit de Regeling voertuigen.
Gecertificeerde ledvervangers zijn volgens de ANWB niet voor elke auto beschikbaar en verschillen per automodel. Een losse ledlamp die in de fitting past, is dus niet vanzelf geschikt. Een ombouw die niet goed is uitgevoerd, kan volgens de ANWB tegenliggers verblinden.
Welke controlelampjes op het dashboard horen bij de verlichting?
Voor een aantal lampen moet de bestuurder kunnen zien of horen dat ze aan staan. De keurmeester schakelt de lampen in en kijkt of het controlelampje oplicht.
| Lamp | Signaal voor de bestuurder | Geldt voor auto’s in gebruik |
|---|---|---|
| Grootlicht | controlelampje (meestal blauw) | na 31 december 1997 |
| Mistlampen voor | controlelampje | na 31 december 2012 |
| Mistachterlicht | controlelampje | alle auto’s met een mistachterlicht |
| Richtingaanwijzers en alarmlichten | controlelampje of tikkend geluid | na 31 december 1997 |
Bron: RDW APK-handboek, controlelampje lichten (artikel 5.2.62).
Brandt er een storingslampje voor de verlichting, bijvoorbeeld een melding over een defecte lamp, dan wijst dat vaak op een kapotte lamp of een slechte verbinding. Wij kunnen de lamp en de verbinding voor u nakijken.
Hoe controleert u de verlichting zelf voor de APK?
U kunt de meeste lampen in een paar minuten zelf nalopen. Met een tweede persoon gaat het het snelst. Alleen kunt u ook: zet de auto dan ’s avonds voor een garagedeur of een muur en kijk naar de weerkaatsing.
- Zet het contact aan en schakel stadslicht, dimlicht en grootlicht in. Loop rond de auto.
- Controleer de richtingaanwijzers links en rechts, voor, achter en opzij. Zet daarna de alarmlichten aan.
- Laat iemand het rempedaal intrappen en kijk naar beide remlichten en het derde remlicht.
- Zet het contact aan, trap de koppeling of de rem in en zet de auto in zijn achteruit. Kijk of het achteruitrijlicht brandt.
- Schakel het mistachterlicht in en kijk of het controlelampje op het dashboard oplicht.
- Kijk of de kentekenverlichting werkt.
- Kijk naar het lichtbeeld van het dimlicht op een muur. Beide lichtbundels horen even hoog te staan, met een scherpe bovengrens.
- Zet de hoogteregelaar van de koplampen op de stand voor een onbeladen auto. In het instructieboekje staat welke stand dat is.
Meer onderdelen die u zelf kunt nalopen, zoals banden, ruitenwissers en vloeistoffen, staan in ons artikel auto voorbereiden op de APK. Twijfelt u over de afstelling? Die kunt u thuis niet goed meten. Wij controleren dat met een koplamptester tijdens de APK-keuring van uw auto. Voor een korte controle kunt u zonder afspraak binnenlopen. Bel voor vragen 010 479 00 00.
Lees ook
Veelgestelde vragen
Bronnen
- RDW: APK-handboek personenauto’s: afstelling dimlicht
- RDW: APK-handboek personenauto’s: verplichte lichten en retroreflectoren
- RDW: APK-handboek personenauto’s: werking en toestand verplichte lichten en retroreflectoren
- RDW: APK-handboek personenauto’s: controlelampje lichten
- ANWB: Halogeen vervangen door led