Waarschuwingslampjes op het dashboard: betekenis per kleur en wat u doet
Er brandt een lampje op uw dashboard en u wilt weten of u kunt doorrijden. Dit overzicht zet de belangrijkste waarschuwingslampjes op een rij, met de kleur, de betekenis en wat u nu doet. Bij de meeste lampjes vindt u een link naar onze uitgebreide uitleg.
Door het team van Autobedrijf Willemsbrug, RDW-erkend APK-keuringsstation · Bijgewerkt op 8 november 2026
Onze score is 4,8 / 5 uit 235 beoordelingen. Lees de ervaringen van klanten
Het korte antwoord
De kleur van een waarschuwingslampje zegt hoe dringend het is. Volgens de ANWB betekent rood: stop en zet de auto meteen aan de kant. Geel of oranje betekent: u kunt meestal nog doorrijden, maar laat de oorzaak snel nakijken. Groene en blauwe lampjes geven informatie, bijvoorbeeld dat het grootlicht aanstaat. Een uitzondering is het rode airbaglampje: u hoeft niet direct te stoppen, maar laat het systeem zo snel mogelijk controleren.
Wat betekenen de kleuren rood, oranje, groen en blauw?
De kleur van het lampje vertelt hoe snel u moet handelen. Fabrikanten gebruiken grotendeels dezelfde kleuren, ook als de symbolen per merk een beetje verschillen. Volgens de ANWB stopt u bij een rood lampje meteen, en kunt u bij een geel of oranje lampje meestal nog doorrijden met aangepaste snelheid.
| Kleur | Wat het betekent | Wat u doet |
|---|---|---|
| Rood | Er is een ernstig probleem. Verder rijden kan gevaarlijk zijn of de motor beschadigen. | Zet de auto op een veilige plek stil en zet de motor uit. Rijd niet verder voordat u weet wat er aan de hand is. |
| Geel of oranje | Een systeem werkt niet goed of heeft aandacht nodig. | Pas uw snelheid aan en laat de auto zo snel mogelijk nakijken. Gaat de auto anders rijden, stop dan. |
| Groen | Een systeem staat aan en werkt, bijvoorbeeld het dimlicht, de knipperlichten of de cruisecontrol. | Niets, dit is informatie. |
| Blauw | Het grootlicht staat aan. Bij sommige auto’s betekent een blauw thermometerlampje dat de koelvloeistof nog koud is. | Niets. Schakel het grootlicht uit bij tegenliggers. Het blauwe temperatuurlampje dooft vanzelf als de motor warm is. |
Bron: ANWB (rood en geel/oranje) en Kassa, BNNVARA (groen en blauw). Kijk in het instructieboekje van uw auto welk symbool bij welk lampje hoort.
Brandt er een lampje dat u niet kent, kijk dan eerst in het instructieboekje. Daar staat per symbool wat het betekent en wat de fabrikant adviseert.
Welk lampje brandt er? Overzicht per lampje
In de tabellen hieronder vindt u de lampjes die het meest voorkomen. In de laatste kolom staat waar u meer leest. Wat in de kolom over doorrijden staat, is een eerste richtlijn. Voelt de auto anders aan, ruikt u iets of hoort u iets, stop dan liever eerder dan later.
| Lampje en symbool | Kleur | Wat het betekent | Doorrijden? | Meer uitleg |
|---|---|---|---|---|
| Remlampje: uitroepteken in een cirkel, soms (P) of BRAKE | Rood | De handrem staat aan, het remvloeistofpeil is te laag, bij sommige auto’s zijn de remblokken bijna op, of het remsysteem meldt een storing | Nee. Alleen als de handrem nog aanstond en het lampje uitgaat zodra u hem losmaakt, kunt u doorrijden | Remlampje brandt |
| Olielampje: oliekan met druppel | Rood | De oliedruk is te laag, vaak door te weinig olie | Nee. Stop zodra het veilig kan, zet de motor uit en controleer het oliepeil | Olielampje brandt |
| Temperatuurlampje: thermometer in golven | Rood | Het koelsysteem heeft een probleem en de motor kan te warm worden, vaak door te weinig koelvloeistof | Nee. Stop, zet de motor uit en laat hem afkoelen. Draai de dop van het koelvloeistofreservoir niet open zolang de motor warm is | Motor wordt te warm |
| Acculampje: rechthoek met plus en min | Rood | De accu wordt niet meer geladen, bijvoorbeeld door een defect aan de dynamo, de kabels of de multiriem | Nee. Stop volgens de ANWB op een veilige plek. De auto rijdt alleen nog op de accu. Is de multiriem gebroken, dan kan ook de motor te warm worden | Acculampje brandt |
| Airbaglampje: zittende persoon met cirkel | Rood | Het airbagsysteem of de gordelspanners hebben een storing en werken mogelijk niet bij een aanrijding | Beperkt. Volgens de ANWB hoeft u niet direct te stoppen. Laat het wel zo snel mogelijk nakijken | Airbaglampje en de APK |
| Motorlampje: motorblok | Geel of oranje | Storing in de motor, de inspuiting of de ontsteking | Beperkt. Rijd rustig naar de garage. Knippert het lampje, stop dan | Motorlampje brandt |
| ABS-lampje: ABS in een cirkel | Geel of oranje | Het antiblokkeersysteem werkt niet. De auto remt nog, maar de wielen kunnen blokkeren bij een noodstop | Ja. Pas uw snelheid aan en houd extra afstand. Brandt tegelijk het rode remlampje, rijd dan niet verder en bel uw pechhulp | ABS-lampje brandt |
| ESP- of ESC-lampje: auto met slingerende sporen | Geel of oranje | De stabiliteitscontrole werkt niet of is uitgezet. Knippert het kort tijdens het rijden, dan grijpt het systeem in | Ja. Pas uw snelheid aan. Blijft het lampje branden, laat het dan uitlezen | ABS- en ESP-lampje |
| Bandenspanningslampje: band met uitroepteken | Geel of oranje | Een of meer banden hebben te weinig spanning, mogelijk door een lek | Beperkt. Controleer eerst op een veilige plek de banden | Bandenspanning en het lampje |
| Parkeerremlampje: (P) in een cirkel, soms knipperend | Geel of rood | Storing in de elektrische parkeerrem. Een rood (P) dat rustig brandt, betekent meestal alleen dat de parkeerrem aanstaat | Beperkt. Gaat de rem niet los, rijd dan niet weg en bel uw pechhulp. Blijft alleen het lampje branden, laat het dan uitlezen | Handrem of parkeerrem werkt niet |
| Automaatlampje: tandwiel met uitroepteken | Geel, oranje of rood | Storing in de automatische versnellingsbak. De bak kan in noodloop gaan, een noodstand waarin de auto beperkt rijdt | Rood: nee. Stop op een veilige plek en bel uw pechhulp. Geel of oranje: beperkt. Rijd niet verder dan nodig | Automaat in noodloop |
| Lampje hybride systeem: een melding zoals “Controleer hybride systeem”. Het symbool verschilt per merk | Geel, oranje of rood | Het hybride of elektrische aandrijfsysteem meldt een storing. De auto kan minder vermogen geven of in noodloop gaan | Rood, in noodloop of gaat READY (de auto is rijklaar) niet aan: nee. Stop zodra het veilig kan en bel uw pechhulp. Geel of oranje: beperkt. Rijd rustig naar de garage | Storing hybride systeem |
| AdBlue-lampje: druppel of tekstmelding | Geel of oranje | De AdBlue-tank is bijna leeg of het AdBlue-systeem heeft een storing | Ja. Vul wel op tijd bij. Bij een lege tank start de motor na het afzetten niet meer. Meldt de auto een storing in het AdBlue-systeem, laat het dan snel uitlezen | AdBlue-storing |
| Roetfilterlampje: rechthoek met stippen | Geel of oranje | Het roetfilter van een diesel is mogelijk verstopt of defect | Beperkt. Een flinke rit op de snelweg kan het filter schoonbranden. Knippert het lampje of heeft de auto duidelijk minder vermogen, stop dan | Roetfilter en de APK |
| Lampdefect: lamp met uitroepteken | Geel of oranje | Een lamp van de verlichting doet het niet, bijvoorbeeld een remlicht | Ja. Laat de lamp snel vervangen | Verlichting en de APK |
Bron: ANWB, Kassa (BNNVARA) en onze eigen pagina’s. Symbolen en kleuren verschillen per merk en bouwjaar. Het instructieboekje van uw auto is leidend.
Mag u doorrijden als er een lampje brandt?
Bij een rood lampje niet, bij een geel of oranje lampje meestal wel, met aangepaste snelheid naar huis of naar de garage. Let daarnaast op wat de auto zelf doet. Een lampje met een normaal rijdende auto is iets anders dan een lampje met rook, een vreemd geluid of minder vermogen. Doorloop deze stappen:
- Kijk naar de kleur. Rood betekent stoppen, behalve bij het gordellampje en het airbaglampje. Geel of oranje betekent meestal dat u rustig verder kunt rijden en de auto snel laat nakijken.
- Kijk of het lampje knippert. Een knipperend motorlampje is volgens de ANWB ernstiger dan een lampje dat rustig brandt. Knippert het motorlampje, stop dan op een veilige plek.
- Let op wat u voelt, hoort en ruikt. Zakt het rempedaal weg, wordt het stuur zwaar, loopt de temperatuurmeter op of verliest de motor vermogen, rijd dan niet verder. Ruikt u brandlucht of benzine, stop dan op een veilige plek en zet de motor uit. Lees ook wat een rare geur in de auto kan betekenen.
- Controleer wat u zelf kunt nakijken. Staat de handrem los? Is het oliepeil goed? Is er genoeg koelvloeistof? Doe dit alleen met de motor uit en, bij koelvloeistof, met een afgekoelde motor.
- Laat de oorzaak opsporen. Een lampje dat weer uitgaat, kan terugkomen. De storingscode blijft vaak in het geheugen staan en is uit te lezen.
Twijfelt u of u nog kunt rijden? Bel ons op 010 479 00 00 en vertel welk lampje brandt en wat u merkt. Wij denken dan met u mee of u kunt komen of beter pechhulp kunt bellen.
Welke andere lampjes ziet u vaak?
Voor een paar lampjes hebben wij geen eigen pagina, of staat de uitleg op een pagina over een ander onderwerp. Hier leest u kort wat ze betekenen:
Waarom gaan lampjes bij het starten aan en daarna weer uit?
Bij het aanzetten van het contact branden de meeste lampjes kort. De auto test dan of de lampjes werken. Na het starten van de motor moeten ze uitgaan. De ANWB noemt het acculampje als voorbeeld: dat hoort na het starten uit te gaan. Blijft een lampje branden, dan meldt dat systeem een storing.
Gaat een lampje tijdens het rijden aan en later weer uit, dan is het probleem vaak nog niet weg. Veel storingen komen en gaan, bijvoorbeeld een sensor die soms een verkeerde waarde geeft. De computer van de auto slaat de storingscode meestal op. Bij het uitlezen, met een diagnoseapparaat, zien wij die code vaak ook als het lampje uit is.
Een lampje wissen met een eigen OBD-kastje haalt de melding weg, niet de oorzaak. Komt de storing terug, dan gaat ook het lampje weer branden. Bij de APK kan wissen vlak voor de keuring bovendien tegen u werken. Dat leest u in motorlampje en de APK.
Welke waarschuwingslampjes tellen mee bij de APK?
Sinds mei 2018 controleert de keurmeester de waarschuwingslampjes van een aantal veiligheidssystemen. Volgens de ANWB gaat het om de airbags, de gordelspanners, de bandenspanningscontrole, de elektronische stuurbekrachtiging, de elektronische remsystemen en de stabiliteits- en antiblokkeersystemen.
Meer over het motorlampje bij de keuring leest u in keurt de APK uw auto af als het motorlampje brandt? Over het airbaglampje leest u meer in airbaglampje of gordellampje en de APK.
Wat doen wij als u met een brandend lampje komt?
Wij lezen eerst de storingscodes uit en zoeken daarna de oorzaak. Een storingscode wijst een richting aan, maar is nog geen diagnose. Een code over een sensor kan bijvoorbeeld ook komen door een stekker, een kabel of een onderdeel dat de sensor een verkeerde waarde laat meten. Daarom meten en controleren wij verder voordat wij een onderdeel adviseren. Meer over onze werkwijze leest u op de pagina autodiagnose in Rotterdam.
Lampen en koplampen vervangen of afstellen doen wij ook. Brandt het lampdefectlampje, dan hoort u vooraf wat het vervangen kost.